Wanneer men spreekt over de voeding van oudere honden – zogenaamde senioren – ontstaat als eerste de vraag: vanaf wanneer is een hond eigenlijk „oud“.

Dit kan niet algemeen worden beantwoord, omdat de levensverwachting van kleinere rassen duidelijk hoger is dan die van grotere rassen. Gewoonlijk bereiken grotere rassen de seniorenleeftijd tussen vijf en acht jaar, terwijl kleinere honden dit pas rond de leeftijd van ongeveer tien jaar doen.

Het bereiken van de seniorenleeftijd wordt merkbaar door een verminderde aanpassingsvermogen en een grotere gevoeligheid voor ziekten.

Voor de voeding van senioren bestaan volgens de huidige stand van de wetenschap geen bijzondere voedingsregels. Zolang er geen ziekten aanwezig zijn die speciale voedingsstoffen of een speciaal dieet vereisen, kan de hond gewoon normaal worden gevoerd. Licht verteerbare voeding met veel voedingsstoffen is natuurlijk optimaal, maar dat geldt voor elke levensfase.

Het is gebleken dat overgewicht leidt tot een duidelijke verkorting van de levensverwachting. Dieren die altijd gematigd werden gevoerd, hebben een langere levensverwachting en chronische ziekten treden later op. Daarom loont het om gedurende het hele leven op een ideaal gewicht te letten. Vooral voeding met veel vlees en weinig koolhydraten heeft zich hierbij bijzonder goed bewezen.

De beste methode om het gewicht van een hond te beoordelen, is een schaal van visuele en voelbare kenmerken.


Senioren hebben – waarschijnlijk ook door verschillende ouderdomsklachten – de neiging om minder te bewegen. Daarom moet de hoeveelheid voer licht worden verminderd, waarbij een hoog vleesgehalte toch belangrijk blijft om de spiermassa te behouden. Vezels (vlokken) zijn nuttig om de spijsvertering te stimuleren.

Wanneer men merkt dat dieren voedingsstoffen niet meer zo goed opnemen, kan men voorzichtig vitamines toevoegen (bijvoorbeeld Biergist & Chlorella of Amovit Hond), zodat de hond ondanks een verminderde opname van voedingsstoffen goed verzorgd blijft.

Wanneer de spijsvertering trager wordt, is het aan te raden de voeding te verdelen over twee of drie porties per dag.

En natuurlijk moet er altijd vers water beschikbaar zijn.